Met veel voldoening kijk ik terug op het afgelopen congres van het Corpus Vitrearum, waarvan ik zowel het kunsthistorisch georiënteerde Colloquium bijwoonde als het technisch gerichte Forum voor de conservatie van historische glasramen. Gastland was deze keer Polen, en de organisatoren hadden een boeiend programma aan lezingen en excursies ineengestoken.
De sprekers kwamen uit Noord-Amerika, Latijns Amerika en Europa. Daarbinnen was ook de Benelux goed vertegenwoordigd. Naast mijn eigen lezing over de studie en inventarisatie van kleinglas, waren er op het Colloquium ook bijdragen van Gerard van de Garde en Isabelle Lecocq. Zij spraken respectievelijk over de archeologische glasvondst in Roermond en over Jean Helbig en de start van het Corpus Vitrearum in België. Op het Forum konden we luisteren naar het verhaal van het atelier Mestdagh, gebracht door Katrien Mestdagh, en naar het betoog van Margot Steurbaut over praktijkgericht onderzoek betreffende glasschilderen.
Daarnaast was er ook ruimte voor overleg. Zo was er een interessante discussie rond de digitalisering van beeld- en archiefmateriaal, waarbij zich twee duidelijke strekkingen aftekenden. Want naast de voorstanders van een integrale digitalisering, lieten ook tegenstemmen zich horen. Hun vrees bij de hele kwestie is duurzaamheid en dan meer bepaald de garantie om de bestanden ook in de verre toekomst te kunnen lezen zonder grote bijkomende kosten te moeten doen. Het was in elk geval een discussie die nog niet beëindigd is.
De hele trip naar Krakau was uiteraard pas echt de moeite waard door de geleide bezoeken die we brachten aan het Poolse glaserfgoed. We gingen op excursie naar de steden Katowice en Gliwice, waar we onder meer de prachtige art-decoglasramen in het ‘Syndicaat van de Staalarbeiders’ bewonderden. In Krakau zelf konden we de opening bijwonen van de tentoonstelling Rejected/Forgotten. The Krakow Cathedral Stained-Glass Windows in the Period of Historicism in het Aartsbisschoppelijk Museum. Verder bezochten we er het Dominikanermuseum, de Mariakerk en de Franciskanerkerk. Hoewel het de 13de keer was dat ik Krakau bezocht, en ook de 13de keer dat ik naar de Franciskanerkerk ging, stond ik weer vol ontzag te kijken naar de schitterende glasramen van Stanislaw Wyspianski (1869-1907). Naast het feit dat het stuk voor stuk meesterwerken van de art nouveau zijn, blijft het ongelooflijk om te zien hoe voortreffelijk deze toch wel ‘moderne’ glasramen geïntegreerd zijn in de neogotische kerk. In 1895 bracht Wyspianski nog neogotische muurschilderingen aan in de kerk, maar zijn eerste glasraamontwerp – dat van God de Vader – dateerde al van 1897!
Ik ben benieuwd wat voor moois het volgende congres van het Corpus Vitrearum in petto zal hebben. Daarvan is alvast geweten dat het in 2028 zal plaatsvinden in Zwitserland onder het thema ‘mobiliteit’.
Joost
